Meta-analyse atenolol
Eind 2004 verscheen er in de Lancet een onderzoek dat veel stof deed
opwaaien in de medische wereld.
Eén van de standaarden in geneesmiddelen onderzoek, atenolol,
bleek nauwelijks effect te hebben op harde eindpunten.1)
De onderzoeker Carlberg, had in eerder onderzoek losartan vergeleken
met atenolol.
Atenolol bleek hier slecht te presteren op harde eindpunten, wat Carlberg
op het idee bracht
"de standaard" atenolol eens goed te onderzoeken.
Eerst werden alle studies en informatie over en met atenolol verzameld
en beoordeeld op
bruikbaarheid.
Hiervoor werden Cochrane, Medline en relevante boeken geraadpleegd en
persoonlijk contact gezocht met andere onderzoekers die naam hebben
gemaakt in het onderzoek naar hypertensie.
In het onderzoek werden gerandomiseerde onderzoeken die het effect van
atenolol op morbiditeit en mortaliteit onderzochten bij patiënten
met hypertensie opgenomen.
Er werden vier studies gevonden die atenolol vergeleken met placebo,
en vijf studies die atenolol vergeleken met andere antihypertensieve
medicatie.
Ondanks de grote verschillen in bloeddrukverlaging tussen atenolol en
placebo werd geen verschil gevonden in de totale mortaliteit (RR 1,01;
95%-BI 0,89-1,15), cardiovasculaire mortaliteit
(RR 0,99; 95%-BI 0,83-1,18), of hartinfacten(RR 0,99; 95%-BI 0,83-1,19)
tussen beide groepen in
de vier studies, die bestond uit 6825 patiënten met een follow
up van 4,6 jaar.
Alleen het risico op beroerte leek lager te zijn in de atenolol groep,
maar ook dit verschil was niet significant (RR 0,85; 95%-BI 0,72-1,01).
Als atenolol wordt vergeleken met andere antihypertensieve geneesmiddelen
werden er geen
grote verschillen in bloeddrukdaling gezien (17671 patiënten follow
up 4,6 jaar).
De meta-analyse van de onderzoeker liet echter een significant hogere
mortaliteit zien bij de
behandeling met atenolol in vergelijking met de andere antihypertensiva
(RR 1,13; 95%-BI 1,02-1,25).
Het onderzoek liet een hogere cardiovasculaire sterfte zien (RR 1,16;
95%-BI 1,00-1,34).
Ook beroertes bleken bij atenolol vaker voor te komen(RR 1,30; 95%-BI
1,12-1,50).
De frequentie van het aantal hartaanvallen was niet vermeerderd bij
gebruik van atenolol
(RR 1,04; 95%-BI 0,89-1,20).
De conclusie die uit dit onderzoek kan worden getrokken, is dat atenolol
wel werkt voor het korte termijn effect bloeddrukdaling, maar dat het
op de lange termijn geen effect heeft op mortaliteit en
morbiditeit. En dat is natuurlijk wel het doel van de behandeling.
Advies : atenolol vervangen door metoprolol
De NHG heeft naar aanleiding van deze meta-analyse het advies gegeven
als een bètablokker is geïndiceerd voor metoprolol te kiezen
en patiënten die reeds atenolol gebruiken over te zetten
op metoprolol.
Een mogelijk mechanisme voor de slechte resultaten van atenolol en de
veel betere resultaten
van metoprolol zou te vinden kunnen zijn in het verschil in lipofiliteit
tussen beide stoffen.
Atenolol is een relatief hydrofiele b-blokker door deze hydrofiliteit
is atenolol veel slechter
in staat om de b-receptoren in de membranen van de weefsels te bereiken.
Metoprolol, dat
relatief lipofiel is, kan door deze eigenschap beter doordringen in
de lipofiele membranen van
de doelweefels en kan op deze manier de b-receptoren goed bereiken.
Nadeel van het lipofiele metoprolol is dat het beter zou kunnen doordringen
in het centrale zenuwstelsel, wat meer bijwerkingen met zich mee zou
kunnen brengen.
In het algemeen kan atenolol door metoprolol worden vervangen door de
dosis atenolol met 2 te vermenigvuldigen. Bij een omzetting moet wel
rekening worden gehouden met het metabolisme
van metoprolol.
Atenolol wordt door de nieren geëlimineerd; metoprolol wordt voor
95% in de lever gemetaboliseerd, door het CYP2D6 enzym. Een enzym dat
tegenwoordig veel in de wetenschap wordt bekeken, omdat in het genotype
van dit enzym de oplossing kan worden gevonden voor de onwerkzaamheid
van veel antipsychotica. Zo zijn er mensen met een disfunctioneel CYP2D6,
een extra snel CYP2D6
en natuurlijk mensen met een normaal CYP2D6.
Bij normale doseringen van veel antispychotica kan dit respectievelijk
leiden tot vergiftigings - verschijnselen, onderdosering en een goede
dosering. 1) 5)
7-10 % van de westerse bevolking heeft een lage metabole klaring voor
metoprolol vanwege een verminderde of geen activiteit van het CYP2D6-enzym.
Bij deze patiënten moet naar verhouding minder metoprolol worden
gedoseerd om extra bijwerkingen te voorkomen.
De NHG hanteert het volgende overzetschema: 4)
"Metoprolol wordt bij orale inname voor een deel onmiddellijk door
de lever gemetaboliseerd (first pass effect) en de halfwaardetijd van
metoprolol is geringer dan die van atenolol.
Voor een gelijke effectiviteit moet atenolol worden vervangen door een
ongeveer tweemaal zo grote hoeveelheid metoprolol, waarbij het gebruik
van een metoprolol(fumaraat) met vertraagde afgifte ('retard', 'OROS'
of 'ZOC') de voorkeur heeft.
Indien geen vertraagde afgifte variant beschikbaar is, kan 2 maal daags
gedoseerd worden.
Wij adviseren het volgende overzetschema:
25 mg atenolol vervangen door 2 dd 1 halve tablet van 50 mg metoprolol
((of 47,5 mg metoprolol(succinaat) 'ZOC').
50 mg atenolol vervangen door 95 mg metoprolol (fumaraat of -succinaat)
100 mg atenolol vervangen door 190 mg metoprolol (fumaraat of -succunaat).
Voorzichtigheid bij het overzetten is geboden bij patiënten die
bekend zijn met een verminderde leverfunctie. Geadviseerd wordt bij
hen met een lagere dosering van metoprolol te beginnen."
Bronvermelding
- Carlberg B, Samuelsson O, Hjalmar Lindholm L. "Atenolol in
hypertension: is it a wise choice?"
Lancet 2004;364:1684-9
- Hamelin BA, Bouayad A, Methot J, Jobin J, Desgagnes P, Poirier
P, Allaire J, Dumesnil J, Turgeon J. "Significant interaction
between the nonprescription antihistamine diphenhydramine and the
CYP2D6
substrate metoprolol in healthy men with high or low CYP2D6 activity."
Clin Pharmacol Ther 2000;67(5):466-77
- Klungel OH, Grobbee DE, de Boer A. "Het onderbouwd voorschrijven
van antihypertensiva bij hypertensie." GeBu 2005;39(2):13-24
- NHG-advies "Indicatie voor een beta-blokker? Kies metoprolol."
website NHG, dd.14-1-2005
- Herder AJ, Mulder H, Wilmink FW, Groenewold OG, Egberts ACG.
"Gericht zoeken naar inadequate doseringen. CYP2D6-genotype en
plasmaconcentraties van
antidepressiva en antipsychotica."
Pharmaceutisch Weekblad nr. 47, jaargang 2004, blz 1561
|